Groenlo

In de 80-jarige oorlog werd bij de slag om Grol in 1627, met man en macht gevochten om de allersterkste vesting in de Nederlanden: het stadje Grol. Grol, dat toen al 21 jaar in het bezit was van de Spaanse troepen, werd door de stedendwinger Prins Frederik Hendrik, jongste zoon van Willem van Oranje, veroverd in dertig dagen.

In die tijd gold dat de partij die de steden beheerste, ook het omringende land beheerste. Elke stad die de poorten voor een aanvallend leger sloot moest een belegering ondergaan om op andere gedachten gebracht te worden. Grolle is verschillende keren door beide zijden belegerd. In Den Haag vergaderden de Staten-Generaal over de wijze van voortzetting van de oorlog tegen de Spanjaarden. Na veel wikken en wegen (de machtigste gewesten, Holland en Zeeland, wilden de oorlog op zee verder voeren) werd toch besloten "die starcke stad Grol aan te tasten".

De voorbereidingen vonden in het grootste geheim plaats. Het Staatse leger, bestaande uit 20.000 man voetvolk en 5.000 ruiters, werd via de Lek en de Rijn naar het oosten verscheept. De Spanjaarden wisten inmiddels dat er een groot Staats leger op weg was, maar het was onduidelijk welke stad het doelwit van de aanval zou worden. Om de vijand op een dwaalspoor te brengen werd een schijnaanval uitgevoerd op het Duitse stadje Goch. Inmiddels ging de hoofdmacht op 17 juli 1627 in Emmerich van boord en vertrok direct richting Grolle. Op de avond van 20 juli kwam het Staatse leger voor de stad. Groenlo werd ingenomen door Frederik Hendrik. Daarmee verloren de Spanjaarden hun belangrijkste bolwerk in het oosten van het land; het was de opmaat voor het verdrijven van de bezettingsmacht en derhalve een feit van meer dan regionaal belang.

In de Nederlandse geschiedenis speelt Munster een vooraanstaande rol. Tachtig jaar na het begin van de Nederlandse Opstand tegen de Spaanse koning werd in 1648 in de Westfaalse hoofdstad Münster de vrede tussen Nederland en Spanje getekend. Het vredesverdrag was het resultaat van vier jaar moeizaam onderhandelen.

Veel waardevol bezit heeft de stad Grol tijdens en na de 80-jarige oorlog verloren. Gelukkig is er ook het één en ander bewaard gebleven, dat ons doet herinneren aan een veelbewogen tijd.

Joost van den Vondel schreef in zijn gedicht ‘Verovering van Grol, door Frederick Henrick, Prince van Oranje':

AL heeft de Stadt van Grol geen luyster in sijn Naem,
Nochtans soo krijght de Naem sijn luyster van de Faem:
De Faem krijght al haer glantz, en luyster van de daet:
De daed in 's Konincks schand, en 's Princen eer bestaet.
En die dan Grol gewint, door lofflijck krijchsgevecht,
Heeft loff, en nut, en danck aan sijnen naem gehecht.
 

Informatie over de vestingstad Groenlo