Geschiedenis Groenlo

Ontstaan van Grol
Groenlo (Grol, Grolle) is ontstaan in het begin van de zevende eeuw. In 1236 werd het een Gelderse enclave binnen de heerlijkheid Borculo. Op 2 december 1277 kreeg het Stadsrechten van Graaf Reinoud I) van Zutphen (sloet II no. 991). Er waren zes raden, van wie twee burgemeesters en vier schepenen. Het rechterlijk archief is zeer incompleet.

De richter van Groenlo ontving zijn commissie van de landdrost der Graafschap Zutphen. Dit schijnt er op te wijzen dat ook Groenlo, evenals Doesburg en Lochem, oudtijds tot het landdrost heeft behoord. Sinds 1406 behoorde het tot het leengebied van de bisschoppen van Münster.

 
De stad was reeds vroeg een handelscentrum aan de weg Duitsland - Holland, waardoor er een bloeiend gildewezen ontstond. Het vormde in de 16e en 17e eeuw een sterke vesting, die als grensstad herhaaldelijk werd belegerd, vooral tijdens de Tachtigjarige Oorlog. In 1597 werd de stad door Maurits van Nassau veroverd, 1606 heroverd door de Spaanse troepen onder Spinola en 1627 belegerd en heroverd door Frederik Hendrik, één van zijn schitterendste wapenfeiten, door Hugo de Groot vereeuwigd in zijn Obsidia Grollae, alsmede door Joost van den Vondel in zijn stuk "Verovering van Grol door Frederick Henrick, Prince van Oranje". Groenlo was één van de stemhebbende steden van het kwartier Zutphen. Van 1672 - 1674 was de plaats bezet door de bisschop van Münster.

In Groenlo zijn nog steeds bastions, grachten en kanonnen te vinden.

Tot 1 januari 2005 was Groenlo een zelfstandige gemeente en tot 1
 
9 mei 2006 was Groenlo de officiële naam van de gemeente Oost Gelre. Op 1 januari 2007 had Groenlo samen met de buurtschap Zwolle 10.062 inwoners.