Geschiedenis Hellevoetsluis

Een roemrijk verleden
In 1367 gaf Vrouwe Machteld van Voorne de polder "Nieuw-Helvoet" uit ter bedijking. Zo omstreeks 1400 was de eerste bedijking gereed. In 1475 gaf Karel de Stoute, Hertog van Bourgondië, opdracht nieuwe vruchtbare polders aan het bestaande land toe te voegen. Zo ontstond de polder" 't Weergors". Maar in de eeuwig durende strijd met de zee ging door stroomverlegging weer veel land verloren.
Een deel echter bleef en in de polder Nieuw-Helvoet zorgde een open geul voor de noodzakelijke afwatering. Met uiteraard aan beide oevers een zanddijk tegen eventuele overstroming. Nu nog leven deze zanddijken voort in de namen "Oostzanddijk" en "Westzanddijk".
Een potentieel gevaarlijke situatie waaraan in 1585 een einde kwam door het afsluiten van deze geul door middel van een spuisluis. Langzaamaan werd hiervoor de naam "Hellevoetse sluis" algemeen geaccepteerd. Een naam die in de Nederlandse maritieme geschiedenis grote betekenis zou krijgen. 

De geschiedenis in vogelvlucht
Gevaarlijke zandbanken en westerstormen maken onze blonde duinenrij niet tot een ideale ankerplaats voor zeeschepen. Daar waar echter grote stromen de duinenrij doorbreken zijn betere mogelijkheden. Aan het Haringvliet was de haven van Hellevoetsluis een goede keuze. In die dagen van kleinschaligheid en slechte verbindingen was de Nederlandse marine onderverdeeld in diverse Admiraliteiten. Het was in Hellevoetsluis dat de Admiraliteit van de Maze steeds meer haar thuishaven vond. Dat brengt onderhoud met zich mee, leveranties van velerlei scheepsmaterialen en victualie, mogelijkheid tot reparaties en uiteindelijk scheepswerven. 's Winters en bij verkeerde wind konden schepen maanden aaneen voor anker blijven liggen.
Dit alles bood veel werk aan grote aantallen vakmensen op velerlei gebied.
Waar veel oorlogsbodems, koopvaardijschepen en de daarbij behorende binnenvaartschepen samen komen zijn veel nijvere handen nodig. Maar mensen moeten ook wónen en dat was in Hellevoetsluis niet eenvoudig. Voor bouwen buiten de wallen was toestemming van de Staten van Holland nodig en die bleef uit. Zo moest op een klein oppervlak veel volk worden ondergebracht en daarmee deed de woningnood zijn intrede, een situatie die tot aan onze dagen merkbaar is gebleven.

Welvaart
Ook in de 16e en 17e eeuw stond de ontwikkeling van het zeilschip niet stil. Oorlogsschepen werden niet alleen steeds gespecialiseerder, maar ook steeds groter. Halverwege de 17e eeuw dreigde de werf van Hellevoetsluis te klein te worden. Het was Admiraal Tromp die aandrong op verbeteringen en uitbreidingen. Onze goede stad heeft aan "bestevaer" dan ook beslist veel te danken. Een andere naam die dankbaar in onze geschiedenis vermeld wordt is die van Jan Blanken, de opzichter van fortificatiën die eind 18e eeuw de stoot gaf tot nieuwe activiteiten en verbeteringen. Hij was de man die, zelfs in de Franse tijd toen de haven van Hellevoetsluis er verlaten bij lag en de bevolking de haven als vuilnisbak gebruikte, de moed niet liet zakken maar geloofde in een betere toekomst. De geschiedenis heeft hem gelijk gegeven.

Opening Nieuwe Waterweg begin van neergang
Voor Nederland en in het bijzonder voor Rotterdam was de opening van de Nieuwe Waterwèg zonder twijfel een zegen. Echter, voor Hellevoetsluis was het levensbedreigend. De zeescheepvaart hoefde het, door de steeds groter wordende schepen, te klein geworden Kanaal door Voorne niet meer te gebruiken. In één keer werd koopvaardij niet langer meèr lonend en werd ook het voortbestaan als marinebasis in gevaar gebracht.
We mogen stellen dat de opening van de Nieuwe Waterweg voor Hellevoetsluis een keerpunt was dat het begin van de neergang van onze oude vestingstad markeerde.

Opheffing marinewerf leidt tot verval
Het gebrek aan marineactiviteiten gedurende de Franse tijd bleek een voorproefje op wat de toekomst zou brengen. In 1921 verliet de Marine definitief de vesting. Na precies 333 jaar (vanaf 1588) het leven in onze stad te hebben bepaald vertrok mèt de marine de zo kenmerkende bedrijvigheid uit onze vesting. Stilte en landerigheid namen bezit van ons stadje. In de Molenstraat - eens de gezelligste buurt - vervielen de huizen. Jongeren trokken weg en de ouderen
bleven. Woningen kwamen leeg te staan en vervielen. Nering en nijverheid
schrompelden ineen.

2e Wereldoorlog... het dieptepunt
Was de ligging van Hellevoetsluis aan het Haringvliet al de oorzaak van zijn groei en bloei, het werd ook de reden voor zijn neergang. Door de schaalvergroting van de marine werd de vesting overbodig en na de bezetting in 1940 gaven de Duitsers onze vesting de genadeklap door twee-derde ervan af te breken voor het verkrijgen van een vrij schootsveld. Na de oorlog waren er nog maar zo'n 700 Hellevoeters die leefden op de puinhopen van één der zwaarst getroffen gemeenten in ons land. Het dieptepunt in onze roemruchte geschiedenis was bereikt.