IJsselstein2019-04-16T18:04:06+00:00

Vestingstad IJsselstein

IJsselstein ontstond als nederzetting in de buurt van kasteel IJsselstein, dat in 1279 voor het eerst wordt genoemd toen het in het bezit kwam van Gijsbrecht van Amstel. Hij ging zich later ook Gijsbrecht van IJsselstein noemen.
1310 was een belangrijk jaar voor IJsselstein. In dat jaar werd de Nicolaaskerk ingewijd, trouwden er Maria van Henegouwen met Arnoud van Amstel en kreeg het stadje toestemming om drie keer per jaar een markt te houden. Tegen het eind van die eeuw was het ommuurd. Kasteel IJsselstein werd in 1417 gesloopt, maar zo’n vijftig jaar later herbouwd in opdracht van Frederik van Egmond. In 1888 werd het afgebroken, op de toren na.

In 1551 kwam IJsselstein in het bezit van Willem van Oranje door zijn huwelijk met Anna van Egmond en Buren. Willem en zijn opvolgers, de Prinsen van Oranje, besteedden niet veel aandacht aan hun kleine feodale bezit, maar onder de Friesche Nassaus, die het stadje na de dood van de kinderloze Willem III erfden, werd IJsselstein in achttiende eeuw een klein belastingparadijs. In de Republiek bestonden in die tijd naast de zeven gewesten een aantal zelfstandige ministaatjes. IJsselstein was er daar één van. Het vormde zich om tot een belastingparadijs dat rijke inwoners uit de hele Republiek trok.
Rond 1850 verdween de ommuring van de stad IJsselstein. De historische binnenstad is door de eeuwen heen behouden. Duidelijk zichtbaar zijn de stadspoorten, de kasteeltoren en de gerestaureerde stadsmuur bij het Molenplantsoen en het Vestingplantsoen.

Brandspuithuisje Ijsselstein
Historisch stadhuis Ijsselstein
Sint Nicolaaskerk Ijsselstein