Megen2019-04-16T18:39:30+00:00

Vestingstad Megen

De Gevangentoren herinnert aan de vesting

‘Megen’ is waarschijnlijk afgeleid van het Romaanse woord ‘Magus’, wat veld, plaats of stad betekent, al zou het ook van het woord Magos kunnen komen, wat ‘doorwaadbare plaats’ betekent. Rond 800 NC bestond het uit 44 huizen, een kasteel van de graaf in Megen en een klooster in Teefelen.
De nederzetting ten oosten van het kasteel van Megen kreeg in 1357 de eerste stedelijke privileges. Van aarden wallen of muren en poorten was toen nog geen sprake, maar in 1386 moesten de inwoners de heer Jan van Megen helpen graven om met muren of wallen Megen te omgeven. Een gedeelte van het stadje werd voorzien van stenen muren en torens. Via vier poorten kwam of verlet men Megen. Verder kreeg het stratenplan de vorm die tot de dag van vandaag is bewaard.
In 1437 bedroeg het aantal huizen in Megen 135 en waren er ruim 600 inwoners, een aantal dat zeer langzaam opliep tot 900 in 1805.
Vooral in de zestiende eeuw werd Megen door veel branden en oorlogen geteisterd. In 1573 werd de Sint-Servatiuskerk verwoest en in 1581 het kasteel. In dat jaar werd ook de stadsmuur ontmanteld. Alleen de Gevangenpoort, die eigenlijk geen echte poort is maar een toren, bleef overeind. In 1645 vestigden zich de minderbroeders Franciscanen in Megen en begonnen een Latijnse school, het latere Sint-Antoniusgymnasium. Tussen 1720-1723 werd op de ruïnes van het voormalige kasteel een Clarissenklooster gebouwd. De zusters hebben er nog steeds hun domicilie. Het klooster is net als dat van de paters Franciscanen nu een rijksmonument.